Henri Becquerel
Wetenschapper | |||
![]() | |||
Antoine Henri Becquerel | |||
Persoonlijke info | |||
---|---|---|---|
Volledige naam | Antoine Henri Becquerel | ||
Geboren | 15 december 1852 | ||
Geboorteplaats | Parijs | ||
Geboorteland | ![]() | ||
Overleden | 25 augustus 1908 | ||
Overleden te | Le Croisic | ||
Gehuwd met / relatie |
Lucie-Zoé-Marie Jamin (1874), overleden in 1878 na geboorte eerste kind Jean Becquerel Louise-Désiree Lorieux (1890) | ||
Bekend van | |||
Vakgebied | Natuurkunde | ||
Bekend van | Nobelprijswinnaar 1903 voor zijn ontdekking van de spontane radioactiviteit, samen met Pierre Curie en Marie Curie-Skłodowska. De SI-eenheid voor radioactiviteit, de Becquerel (Bq) is naar hem genoemd. | ||
|
Antoine Henri Becquerel werd geboren in Parijs, op 15 december 1852. Hij overleed in Le Croisic, op 25 augustus 1908. Hij is de zoon van Edmund Becquerel. Henri was een Frans natuurkundige. De SI-eenheid voor radioactiviteit, de becquerel (Bq) is naar hem genoemd. Hij is de Nobelprijswinnaar voor natuurkunde in 1903 voor zijn ontdekking van de spontane radioactiviteit, samen met Pierre Curie en Marie Curie-Skłodowska.
Hij kwam uit een familie van eveneens wetenschappers. Hij studeerde wetenschap aan de École Polytechnique en civiele techniek aan de École des Ponts et Chaussées. In 1877 studeerde hij af en kreeg een positie als ingénieur aan het Franse Nationaal Ministerie van Bruggen en Wegen.
Hij was tijdens zijn studie sterk geïnteresseerd in het onderzoekswerk van Michael Faraday, zoals het effect van magnetisme op licht. Becquerel wist dit fenomeen in een formule vast te leggen. Zijn enthousiasme werd opnieuw gewekt toen in 1897 de Nederlandse natuurkundige Pieter Zeeman het naar hem genoemde zeemaneffect ontdekte. Dit is de splitsing van zogeheten spectraallijnen onder invloed van sterke magnetische velden. Dit gaf Becquerel nieuwe inzichten voor zijn eigen onderzoek.
Hij volgde in 1891 zijn overleden vader op als hoogleraar aan het Muséum d'Histoire Naturelle.
Becquerels onderzoek versnelde na de ontdekking van de röntgenstraling door Wilhelm Röntgen in 1895. Wat hem hierbij vooral opviel, waren de overeenkomsten tussen deze röntgenstraling en de luminescentie (oplichten van verwarmde stoffen) waar hij zelf jaren onderzoek naar had gedaan.