Liberale Staatspartij
Liberale Staatspartij | |
Oprichting | 16 april 1921 |
Opheffing | 5 oktober 1946 |
Actief in | ![]() |
Richting | Centrumrechts |
Stroming | Conservatief-liberalisme |
Oprichter(s) | Hendrik Coenraad Dresselhuys |
Overig | |
Voorgaande partij(en) | Liberale Unie Bond van Vrije Liberalen Economische Bond Neutrale Partij Middenstandspartij Algemeene Staatspartij |
Opvolgende partij(en) | Partij van de Vrijheid |
Portaal ![]() |
De Liberale Staatspartij (LSP) was een Nederlandse politieke partij die tussen 1921 en 1946 bestond. De partij stond tot 1937 bekend als De Vrijheidsbond. Het was een centrumrechtse, liberale partij. De Liberale Staatspartij vertegenwoordigde de liberale zuil tijdens de verzuiling.
De partij werd in 1921 opgericht. Het ontstond door de samenvoeging van een aantal liberale partijen, waaronder de Liberale Unie. De Liberale Staatspartij wilde zo min mogelijk overheidsbemoeienis in de economie. Ook was de partij voorstander van lagere belastingen en vrijhandel. De partij had daardoor vooral onder rijke inwoners, zakenlieden en handelaars aanhang. Ook was de Liberale Staatspartij voorstander van gelijke rechten voor mannen en vrouwen, natuurbehoud en het zelfbestuur van Nederlands-Indië. De partij bleef bestaan tot 1946, waarna het opging de Partij van de Vrijheid (PvdV).
Geschiedenis
Ontstaan
Nederland had al lang voor het ontstaan van politieke partijen liberale politici. In 1885 werd de Liberale Unie opgericht wat lang de grootste liberale partij was. Over de jaren heen splitsten zich steeds meer partijen af van de Liberale Unie. Toch bleef de Liberale Unie een belangrijke en grote politieke partij. Dit veranderde tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 1918. Toen werd het algemeen kiesrecht ingevoerd en het districtenstelsel afgeschaft. De Liberale Unie verloor hierdoor een hoop zetels.
In 1921 besloten de verschillende liberale partijen daarom om samen te gaan. Zij richtten vervolgens De Vrijheidsbond op. Naast de Liberale Unie gingen ook de Bond van Vrije Liberalen, de Economische Bond, de Neutrale Partij, de Middenstandspartij en de Algemeene Staatspartij op in de nieuwe partij. Enkel de progressief-liberale Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB) bleef zelfstandig.
Verloop
De Vrijheidsbond werd al zelf de grootste liberale partij. Toch had de Vrijheidsbond ook concurrentie van de Liberale Partij en later de Middenpartij voor Stad en Land. De partij zat tussen 1933 en 1937 in het kabinet van Hendrikus Colijn. Door de jaren heen verloor de Vrijheidsbond steeds meer zetels. De Vrijheidsbond werd in 1937 hernoemt tot de Liberale Staatspartij. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 1937 behaalde de partij slechts 4 zetels. Hierna werd besloten om Ben Telders tot partijleider te kiezen.
In 1939 gaf de Liberale Staatspartij kort steun aan de regering van Colijn. Telders had het idee om de partij meer sociaalliberaal te maken. Toch werden deze plannen nooit uitgevoerd. Op 5 juli 1941 werd de Liberale Staatspartij verboden door de Duitse bezetter. Telder was toen al opgepakt en naar een concentratiekamp gestuurd. Hier overleed hij kort voor de bevrijding.
Einde
De Liberale Staatspartij werd na de oorlog weer toegestaan. In 1946 ging de LSP echter op in de nieuwe Partij van de Vrijheid. Deze partij ging in 1948 weer op in de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD).
In 1963 probeerden enkele oud-VVD'ers een nieuwe Liberale Staatspartij op te richten. Deze partij deed mee aan de verkiezingen van 1963, maar behaalde geen enkele zetel. Kort na de verkiezingen hield de partij weer op met bestaan.