Articulatie
Naar navigatie springen
Naar zoeken springen
![]() |
Werk in uitvoering! Aan dit artikel wordt de komende uren of dagen nog gewerkt. Belangrijk: Laat dit sjabloon niet langer staan dan nodig is, anders ontmoedig je anderen om het artikel te verbeteren. De maximale houdbaarheid van dit sjabloon is twee weken na de laatste bewerking aan het artikel. Kijk in de geschiedenis of je het artikel kunt bewerken zonder een bewerkingsconflict te veroorzaken. |
![]() |
Dit artikel is nog niet af. |
Articulatie gaat over het zo verstaanbaar mogelijk praten. Je hebt hier je keel en mond voor nodig. Om goed te articuleren gebruik je je tong, lippen, kaak en gehemelte. Een logopedist helpt je als je niet goed kunt articuleren.
Klanken met je lippen
De klanken waarbij je je lippen gebruikt zijn de: b, p, en m
Klanken met je lippen en tanden
De klanken waarbij je je lippen en tanden gebruikt zijn: w, f en v
Klanken met het puntje van je tong en achterkant van je voortanden
Bij de volgende klanken komt het puntje van je tong tegen de achterkant van je voortanden aan: d, t, s, z, l, n en de tongpunt-r.
Klanken met je tong en het gehemelte
Bij de volgende klanken druk je je tong tegen je gehemelte aan: g, j, k, ng en de huig-r.
Klanken met het zachte gehemelte
Bij de volgende klanken speelt het zachte gehemelte een grote rol: m, n en ng.