Mei (gedicht): verschil tussen versies

Uit Wikikids
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
(10 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven)
Regel 23: Regel 23:
 
==Samenvatting==
 
==Samenvatting==
 
{{Verhaal}}
 
{{Verhaal}}
 +
De dichter begint aan zijn gedicht aan het begin van de maand mei. De jonge vrouw Mei wordt uit de golven van de zee en komt aan land. Haar zus, April, is zojuist gestorven en Mei draagt de bloemen van haar zus in haar haren. De dichter beschrijft de schoonheid van Mei. Nadat Mei afscheid neemt van haar zus, begint zij haar lange tocht over de duinen, door de bossen en de weilanden. Onderweg ontmoet zij allerlei mensen en mythische figuren, zoals [[sater]]s. Uiteindelijk komt zij aan in een stadje, waar zij de dichter ontmoet. De dichter en Mei trekken samen door het landschap. Als de avond valt, keert de dichter weer terug naar de stad. Mei blijft achter, maar wordt beschermd door twaalf ridders.
 +
 +
In het tweede deel wordt Mei verliefd op de jonge, knappe god [[Balder]]. Hij trekt alleen door het landschap en zingt liederen. Mei heeft niet de kans hem te ontmoeten. Nadat zijn lied afgelopen is, vertrekt hij weer. Mei wordt verdrietig en de Maan (haar moeder) probeert haar te troosten. De volgende ochtend probeert zij Balder te zoeken. Ze trekt naar het noorden, waar ze [[Wodan]] en andere goden ontmoet. De goden weten niet waar Balder is, maar Idoena (die denkt dat hij dood was) breekt in tranen uit. De goden zijn blij om te weten dat Balder nog leeft. Mei gat verder met haar zoektocht en vindt uiteindelijk Balder. Balder onthult aan Mei dat hij blind is, waardoor hij haar nooit gezien heeft. Balder vertelt echter dat hij alleen leeft voor de muziek. De muziek is zijn enige liefde en in zijn ziel is hij een god. Mei weet daarom dat Balder nooit van haar kan houden. Mei zinkt hierdoor terug in de aarde.
 +
 +
In het derde deel keert Mei terug in Holland. Haar hart is gebroken door Balder. De dichter besluit haar laatste dagen met Mei door te brengen. Ze zwerven door het Hollands landschap, maar de Nederlandse natuur is veranderd. De natuur is niet meer vrij zoals vroeger, maar verdrongen door de steden. Het derde deel beschrijft dan ook de natuur in de stad. Hoewel Mei verzwakt is, is zij nog steeds mooi. Ze spendeert haar tijd in het donkere huis van de dichter, dat in haar aanwezigheid wordt verlicht. Op de laatste dag van de maand sterft Mei en de dichter begraaft haar op het strand. Ze wordt opgevolgd door haar zus, Juni.
  
 
==Achtergrondinformatie==
 
==Achtergrondinformatie==
Regel 52: Regel 57:
 
* [[Triton (mythologie)|Triton]], Griekse zeegod en zoon van [[Poseidon]].
 
* [[Triton (mythologie)|Triton]], Griekse zeegod en zoon van [[Poseidon]].
 
* [[Aurora (godin)|Aurora]], Romeinse godin van de zonsopgang.  
 
* [[Aurora (godin)|Aurora]], Romeinse godin van de zonsopgang.  
* [[Cynthia]], Griekse godin van de maan.
+
* Cynthia, verwijzing naar de maan.
 
* [[Satyr|Sater]], boswezen uit de Griekse mythologie dat vruchtbaarheid symboliseert.
 
* [[Satyr|Sater]], boswezen uit de Griekse mythologie dat vruchtbaarheid symboliseert.
* [[Oberon (elfenkoning)|Oberon]], elfenkoning.
+
* Oberoon, elfenkoning.
* [[Titania (figuur)|Titania]], vrouw van Oberon.
+
* Titania, vrouw van Oberon.
 +
* [[Zephyros|Zefirus]], Griekse god van de westenwind.
 +
* [[Aether]], Griekse god van de [[atmosfeer]].
 +
* [[Wodan]], Germaanse oppergod.
 +
* [[Idoena]], Germaanse godin van de onsterfelijkheid.
 +
* [[Freya]], Noorse godin van de liefde en vruchtbaarheid.
 +
* [[Baldr|Balder]], Noorse god en zoon van [[Odin]].  
 +
* [[Endymion (mythologie)|Endymion]], Griekse personificatie van slaap.
 +
* [[Faun]], bosgeesten uit de Romeinse mythologie.
 +
* Asinnen, groep gevleugelde Noorse godinnen.
 +
* [[Thor]], Germaanse/Noorse dondergod.
 +
Daarnaast bevat het gedicht nog verschillende [[allusie]]s naar de mythologie, waaronder [[Helios]].
  
 
==Invloed==
 
==Invloed==

Versie van 28 feb 2025 15:55

Under construction icon-red.svg Werk in uitvoering!
Aan dit artikel wordt de komende uren of dagen nog gewerkt.
Belangrijk: Laat dit sjabloon niet langer staan dan nodig is, anders ontmoedig je anderen om het artikel te verbeteren.
De maximale houdbaarheid van dit sjabloon is twee weken na de laatste bewerking aan het artikel.
Kijk in de geschiedenis of je het artikel kunt bewerken zonder een bewerkingsconflict te veroorzaken.
Under construction icon-red.svg
Dit artikel is nog niet af.
Een portret van Herman Gorter uit 1884

Mei is een beroemd gedicht van de Nederlandse dichter Herman Gorter. Gorter schreef het gedicht tussen 1887 en 1888. Mei heeft maar liefst 4.381 versregels, waarin Gorter zijn liefde aan de meimaand en de Nederlandse natuur verklaart. Het gedicht is beroemd vanwege zijn allereerste regel: Een nieuwe lente en een nieuw geluid.

Het gedicht vertelt het verhaal van de jonge Mei (een personificatie van de meimaand), die na de dood van haar zus (April) uit de zee wordt geboren en aan land komt. Zij ontmoet verschillende mensen en mythologische wezens. Uiteindelijk ontmoet Mei de verteller en bezoeken zij het Nederlands landschap. Uiteindelijk ontmoet zij ook de jonge god Balder op wie zij verliefd wordt. In het gedicht maakt Gorter verschillende vergelijkingen, gebruikt hij beeldspraak en zijn eigen ideeën over ritme en rijm. Met Mei nam Gorter afstand van de dichtregels van vorige literaire stromingen.

Mei is een typisch voorbeeld van de poëzie van de Tachtigers. In het gedicht komen thema's als liefde voor de natuur, melancholie en emotie voor.

Fragment

Het "oude stadje, langs de watergracht" verwijst vermoedelijk naar het Friese dorp Balk, waar Gorters grootvader pastoor was en hij vaak 's zomers logeerde.

Hieronder zie je de eerste acht versregels uit het gedicht Mei.

Aanhalingsteken openen
Een nieuwe lente en een nieuw geluid:
Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht -
In huis was 't donker, maar de stille straat
Vergaarde schemer, aan de lucht blonk laat
Nog licht, er viel een gouden blanke schijn
Over de gevels in mijn raamkozijn.


Aanhalingsteken sluiten

Samenvatting

Let op!
Hieronder staat de samenvatting van een verhaal.
Soms is het niet leuk als je al weet hoe het verhaal afloopt!

De dichter begint aan zijn gedicht aan het begin van de maand mei. De jonge vrouw Mei wordt uit de golven van de zee en komt aan land. Haar zus, April, is zojuist gestorven en Mei draagt de bloemen van haar zus in haar haren. De dichter beschrijft de schoonheid van Mei. Nadat Mei afscheid neemt van haar zus, begint zij haar lange tocht over de duinen, door de bossen en de weilanden. Onderweg ontmoet zij allerlei mensen en mythische figuren, zoals saters. Uiteindelijk komt zij aan in een stadje, waar zij de dichter ontmoet. De dichter en Mei trekken samen door het landschap. Als de avond valt, keert de dichter weer terug naar de stad. Mei blijft achter, maar wordt beschermd door twaalf ridders.

In het tweede deel wordt Mei verliefd op de jonge, knappe god Balder. Hij trekt alleen door het landschap en zingt liederen. Mei heeft niet de kans hem te ontmoeten. Nadat zijn lied afgelopen is, vertrekt hij weer. Mei wordt verdrietig en de Maan (haar moeder) probeert haar te troosten. De volgende ochtend probeert zij Balder te zoeken. Ze trekt naar het noorden, waar ze Wodan en andere goden ontmoet. De goden weten niet waar Balder is, maar Idoena (die denkt dat hij dood was) breekt in tranen uit. De goden zijn blij om te weten dat Balder nog leeft. Mei gat verder met haar zoektocht en vindt uiteindelijk Balder. Balder onthult aan Mei dat hij blind is, waardoor hij haar nooit gezien heeft. Balder vertelt echter dat hij alleen leeft voor de muziek. De muziek is zijn enige liefde en in zijn ziel is hij een god. Mei weet daarom dat Balder nooit van haar kan houden. Mei zinkt hierdoor terug in de aarde.

In het derde deel keert Mei terug in Holland. Haar hart is gebroken door Balder. De dichter besluit haar laatste dagen met Mei door te brengen. Ze zwerven door het Hollands landschap, maar de Nederlandse natuur is veranderd. De natuur is niet meer vrij zoals vroeger, maar verdrongen door de steden. Het derde deel beschrijft dan ook de natuur in de stad. Hoewel Mei verzwakt is, is zij nog steeds mooi. Ze spendeert haar tijd in het donkere huis van de dichter, dat in haar aanwezigheid wordt verlicht. Op de laatste dag van de maand sterft Mei en de dichter begraaft haar op het strand. Ze wordt opgevolgd door haar zus, Juni.

Achtergrondinformatie

Structuur en technieken

Mei is een heldengedicht (of episch gedicht), zoals de Odyssee van Homerus. Het gedicht vertelt het verhaal en de reis van het hoofdpersonage Mei. In traditionele epische gedichten was het hoofdpersonage altijd een man, terwijl Mei een vrouw als hoofdpersonage heeft. Het gedicht is verdeeld in drie zangen. In de allereerste regel vertelt de dichter dat zijn gedicht een lied aan Mei is. Dat betekent niet dat het gedicht daadwerkelijk een lied is dat gezongen moet worden. Traditionele Griekse epische gedichten werden echter gezongen met muziek. Anders dan Homerus roept Gorter geen muze op. Zowel de Ilias als de Odyssee beginnen namelijk met het oproepen van een muze.

Het versregels van het gedicht zijn grotendeels geschreven aan de hand van paarrijm. Dat betekent dat twee regels naast elkaar rijmen, zoals "pijp" en "rijp". Die structuur wordt soms wel onderbroken. In sommige gevallen zijn er drie opeenvolgende regels die op elkaar rijmt of een regel die niet op een andere regel rijmt. Om dat duidelijk te maken staat hieronder een fragment uit het gedicht:

Gorter besteedt in zijn gedicht veel aandacht aan de Nederlandse natuur tijdens de Meimaand. Zo brengt Mei bloemen met zich mee, die plant op de velden en langs de akkers van boeren. Bovenstaande foto is een sfeerbeeld van de natuur op Texel tijdens de Meimaand.
Aanhalingsteken openen
Dan blies een jongen als een orgelpijp,
De klanken schudden in de lucht zoo rijp
Als jonge kersen, wen een lentewind
In 't boschje opgaat en zijn reis begint.
Hij dwaald' over de bruggen, op den wal
Van 't water, langzaam gaande, overal
Als 'n jonge vogel fluitend, onbewust
Van eigen blijheid om de avondrust.
En menig moe man, die zijn avondmaal
Nam, luisterde, als naar een oud verhaal,
Glimlachend, en een hand die 't venster sloot,
Talmde een pooze wijl de jongen floot.


Aanhalingsteken sluiten

Je ziet dat Gorter ontzettend lange zinnen maakt. Die zinnen worden in verschillende regels afgebroken (enjambement). Bijvoorbeeld: De eerste vier regels uit het bovenstaande voorbeeld vormen één zin. Later in het gedicht staan nog langere zinnen met enjambement. Het enjambement kan soms enige verwarring veroorzaken voor lezers die dat niet gewend zijn. Een voorbeeld hiervan is regel 9 en 10 uit het voorbeeld. De afbreking vindt immers plaats tussen "avondmaal" en "nam". "Zijn avondmaal nemen" hoort echter bij elkaar en betekent avondeten of dineren. Gorter speelt af en toe ook met de volgorde van de zinnen. Hierdoor kunnen zij onnatuurlijk klinken, maar blijft de rijm wel behouden.

Een andere techniek die Gorter veel gebruikt zijn homerische vergelijkingen. Een homerische vergelijking is een vergelijking met het woordje "als". De eerste regel van het voorbeeld is hier een voorbeeld van: "Dan blies een jongen als een orgelpijp". Gorter gebruikt die vergelijkingen om details te vertellen. Hij koppelt die vergelijking aan een bepaald zintuig (voelen, horen, zien, proeven of ruiken). In plaats van te vertellen hoe de jongen klonk door een beoordelingswoord, schetst hij een beeld door middel van een vergelijking.

Mythologische verwijzingen

Hieronder een lijst van de mythologische verwijzingen in Mei. De lijst staat in de volgorde waarin zij genoemd worden:

  • Triton, Griekse zeegod en zoon van Poseidon.
  • Aurora, Romeinse godin van de zonsopgang.
  • Cynthia, verwijzing naar de maan.
  • Sater, boswezen uit de Griekse mythologie dat vruchtbaarheid symboliseert.
  • Oberoon, elfenkoning.
  • Titania, vrouw van Oberon.
  • Zefirus, Griekse god van de westenwind.
  • Aether, Griekse god van de atmosfeer.
  • Wodan, Germaanse oppergod.
  • Idoena, Germaanse godin van de onsterfelijkheid.
  • Freya, Noorse godin van de liefde en vruchtbaarheid.
  • Balder, Noorse god en zoon van Odin.
  • Endymion, Griekse personificatie van slaap.
  • Faun, bosgeesten uit de Romeinse mythologie.
  • Asinnen, groep gevleugelde Noorse godinnen.
  • Thor, Germaanse/Noorse dondergod.

Daarnaast bevat het gedicht nog verschillende allusies naar de mythologie, waaronder Helios.

Invloed

Het gedicht Mei is een van de bekendste gedichten uit de Nederlandse literatuur. "Een nieuwe lente en een nieuw geluid" wordt dan ook veelvuldig geciteerd. Bijvoorbeeld: Nadat Forum voor Democratie (FvD) tijdens de Provinciale Statenverkiezingen 2019 twaalf zetels in de Eerste Kamer won, citeerde Tweede Kamerlid Theo Hiddema de eerste regel uit het gedicht na de exitpoll. Volgens hem was zijn partij een nieuwe geluid in Nederland.

Afkomstig van Wikikids , de interactieve Nederlandstalige Internet-encyclopedie voor en door kinderen. "https://wikikids.nl/index.php?title=Mei_(gedicht)&oldid=922940"