Vorskwab
Vorskwab Raniceps raninus | |||
---|---|---|---|
Niet bedreigd | |||
Leefgebied | noordoostelijke Atlantische Oceaan, Noordzee | ||
Leefomgeving | rotsige bodems met zeewiervelden op 10 - 20 meter | ||
Behoort tot de | Kabeljauwachtigen (Gadiformes), Zoutwatervissen, Beenvissen, Vissen | ||
|
De Vorskwab (Raniceps raninus) is een stevige, donkerbruine vis met een grijze buik. Het heeft grote ogen en een grote brede kop. Het lijf wordt naar achteren toe smaller. Ze kunnen tot 35 cm groot worden, maar zijn meestal kleiner. Ze worden ook wel kikkervisje genoemd, maar zijn dat niet echt natuurlijk. De tweede rugvin en de anaalvin lopen helemaal door tot bijna aan de staart. Onder aan de kin zit een kleine tastdraad.
Komen voor in de Noordoost-Atlantische Oceaan, vanaf Noorwegen en IJsland, via de Noordzee en de Britse eilanden, tot aan de Portugese Atlantische kust. Langs de Nederlandse kust komen ze zeldzaam voor, en dan voornamelijk kleine exemplaren. Ze worden ook waargenomen in de Zeeuwse wateren.
Leeft in kustwateren op ondiepe diepten, over het algemeen van 10-20 m, zelden van 75-100 m. Meestal op een rotsachtige bodem met zeewier. Eenzaam en geheimzinnig, en het onderneemt slechts beperkte lokale bewegingen. Paait van mei tot september op 50-70 m diepte nabij de kust over het hele verspreidingsgebied. Voedt zich met zeesterren, schaaldieren, wormen, weekdieren en kleine vissen.