Wetenschappelijk bewijs: verschil tussen versies
(+ dus dat wat al bekend is daarover, vormt de basis...) |
(Aangevuld met (vanaf) Het komt wel eens voor dat...) |
||
Regel 10: | Regel 10: | ||
Die werkelijkheid noem je ook wel empirie. Feiten die wetenschappers hebben gezien, gehoord, geroken, geproefd of gevoeld noem je dan ook wel empirische bewijzen. En om wetenschappers te helpen met het waarnemen van de werkelijkheid worden [[meetinstrumenten]] gebruikt. | Die werkelijkheid noem je ook wel empirie. Feiten die wetenschappers hebben gezien, gehoord, geroken, geproefd of gevoeld noem je dan ook wel empirische bewijzen. En om wetenschappers te helpen met het waarnemen van de werkelijkheid worden [[meetinstrumenten]] gebruikt. | ||
+ | |||
+ | Het komt wel eens voor dat een wetenschapper toch een foutje over het hoofd heeft gezien. Dan kan bijvoorbeeld een wetenschappelijk [[artikel]] over de resultaten worden teruggetrokken. | ||
+ | |||
+ | Ook komt het soms voor, dat uit wetenschappelijk vervolgonderzoek blijkt, dat iets toch net iets anders is. Of het kan later nóg nauwkeuriger worden gemeten. We spreken dan van 'voortschrijdend inzicht'. | ||
[[Categorie:Maatschappij]] | [[Categorie:Maatschappij]] | ||
[[Categorie:Wetenschap]] | [[Categorie:Wetenschap]] |
Versie van 24 feb 2025 14:31
Wetenschappelijk bewijs zijn feiten die zijn vastgesteld door het doen van onderzoek.
Een wetenschapper stelt bij een onderzoek zichzelf een vraag en kijkt of hij een antwoord kan vinden op die vraag. Om een antwoord te vinden doet een wetenschapper experimenten.
Een wetenschapper maakt bij het doen van zijn onderzoek vaak gebruik van wat andere wetenschappers al hebben onderzocht en hebben opgeschreven. Hij bouwt voort op de feiten die andere wetenschappers hebben vastgesteld.
Een verzameling feiten over een onderwerp, dus dat wat al bekend is daarover, vormt de basis van een wetenschappelijke theorie.
Wetenschappers kijken of een theorie klopt of niet klopt. Om te kijken of feiten kloppen of niet kloppen bekijken wetenschappers hoe iets gaat. Ze moeten dus goed kijken, luisteren, ruiken, proeven of voelen naar de werkelijkheid.
Die werkelijkheid noem je ook wel empirie. Feiten die wetenschappers hebben gezien, gehoord, geroken, geproefd of gevoeld noem je dan ook wel empirische bewijzen. En om wetenschappers te helpen met het waarnemen van de werkelijkheid worden meetinstrumenten gebruikt.
Het komt wel eens voor dat een wetenschapper toch een foutje over het hoofd heeft gezien. Dan kan bijvoorbeeld een wetenschappelijk artikel over de resultaten worden teruggetrokken.
Ook komt het soms voor, dat uit wetenschappelijk vervolgonderzoek blijkt, dat iets toch net iets anders is. Of het kan later nóg nauwkeuriger worden gemeten. We spreken dan van 'voortschrijdend inzicht'.